De regels & uitleg 2026/2027

De Nederlandse Badminton Eredivisie oogt eenvoudig: acht clubs, een finale, een schaal. Maar onder de motorkap zit een reglement dat net zo bepalend is voor de titelstrijd als het niveau op de baan. Vooral de regels rond invallers en speelgerechtigdheid verdienen meer aandacht dan ze vaak krijgen.

Albert Valentijn meet de hoogte van het net nauwkeurig op zodat ook aan die regel voldaan is.

De opzet: twee fases
De competitie kent acht teams in één poule die in fase 1 veertien rondes tegen elkaar spelen. In fase 2 volgen halve finale play-offs: nummer 1 tegen nummer 4, nummer 2 tegen nummer 3, in een volledige uit en thuis competitie. De twee winnaars staan tegenover elkaar in de finale op neutraal terrein. Die finale wordt gestaakt zodra een team vijf partijen heeft gewonnen. Staat het gelijk, dan beslist een golden game, zoals we dit seizoen bij Duinwijck-Almere zagen.

Een wedstrijd bestaat uit acht partijen: twee keer mannenenkel, twee keer vrouwenenkel, een mannendubbel, een vrouwendubbel en twee gemengd dubbels. Een team moet minimaal drie mannen en drie vrouwen tellen, en niemand mag meer dan twee partijen per wedstrijd spelen.

Invallers: niet zomaar wisselen
Het reglement staat toe dat een speler invalt in een ander team, maar aan strikte voorwaarden. Een speler mag in één competitieweek eenmaal invallen bij een team waarvoor die week één speelronde staat gepland. Daarnaast blijft hij gewoon inzetbaar voor zijn eigen team. Bij een dubbelweekend (twee speelronden in dezelfde week) mag hij zelfs tweemaal invallen: bij de tweede wedstrijd van dat team, of bij een ander team dat ook een dubbelweekend heeft. Wat niet mag: in dezelfde week voor twee teams spelen als de wedstrijden gelijktijdig zijn. De ene wedstrijd moet afgelopen zijn voordat de volgende begint.

De precieze uitwerking van invalregels tussen verschillende competities (bijvoorbeeld tussen eredivisie en eerste divisie) staat in een aparte uitvoeringsregeling van Badminton Nederland. Clubs die hun invalbeleid tot in de puntjes willen uitpluizen, moeten daar zijn.

Playoffs: minimaal twee wedstrijden gespeeld
De regel die veel supporters niet kennen: om mee te mogen doen aan beslissingswedstrijden, dus de play-offs en de finale, moet een speler dat seizoen in minstens twee competitiewedstrijden zijn uitgekomen voor dat team, of voor een lager team van dezelfde vereniging. Puur op naam in de eredivisie-selectie staan is niet genoeg. Je moet daadwerkelijk twee keer op de baan hebben gestaan. Dat voorkomt dat clubs vlak voor de play-offs met een vers ingevlogen topper hun team versterken zonder dat die speler ook maar één competitiepunt heeft bijgedragen.

Deze twee regels samen, de beperkte invalmogelijkheden en de minimale speeleis voor play-offs, zorgen ervoor dat een kampioensteam er een is dat het hele seizoen door is opgebouwd, niet een dat pas in maart wordt samengesteld.

Vorige
Vorige

Badminton legendes van de Eredivisie

Volgende
Volgende

Terugblik op de eredivisiefinale 2026